
80 jaar geleden: overval boerderij Post
· leestijd 2 minuten Algemeen(door Laurens Hooisma)
De Kamper politiechef Johan Boesveld en zijn NSB-makker Dirk Kwakkel hadden er op 26 juli 1943 al een intensieve middag opzitten. Ze waren op jacht geweest en in de late avonduurtjes besluiten ze opnieuw op jacht te gaan. Op mensen. Het is ze ter ore gekomen dat bij een boer aan de Venedijk mogelijk onderduikers zitten.
Ze besluiten er een kijkje te nemen. Samen met een andere agent en een marechaussee arriveren ze rond 00:30 uur bij de boerderij, adres Venedijk 3. Sinds voorjaar 1940 wonen Marinus en Annie Post hier met hun gezin. Als de agenten zich aan de deur melden wordt vanuit de boerderij geschoten. Er volgt een vuurgevecht. In de chaos weten student Leo Oudshoorn en Marinus Post te ontkomen, de laatste met een kogel in zijn been. Student Adriaan van der Ven wordt gearresteerd.
Geschrokken van de weerstand roept Boesveld versterking op en niet lang daarna staan meerdere bewapende agenten op de Venedijk. Wanneer rond 04:00 uur vanuit Zwolle de door Boesveld opgeroepen Feldgendarmerie arriveert worden Annie Post en oudste zoon Jan ontdekt. Verstopt in een auto onder een hooiberg. Als de rookwolken aan de Venedijk zijn opgetrokken zijn student Adriaan van der Ven en Annie en Jan Post gearresteerd. Ze worden, net als de rest van het gezin, overgebracht naar het politiebureau, Buiten Nieuwstraat 2 - 4. Marinus Post en Leo Oudshoorn zijn spoorloos. De jongste kinderen worden uiteindelijk ondergebracht bij familie.
De politie houdt op 27 juli wacht bij de boerderij. Wanneer marechaussee Waals rond 17:00 uur in de woonkamer vertoeft, hoort hij boven op zolder gestommel. Als hij naar boven gaat ziet hij een vrouw en twee meisjes staan. Later komt ook een jongetje te voorschijn. De gealarmeerde Boesveld neemt ze mee naar het politiebureau. Daar wordt vastgesteld dat het om vier Joodse onderduikers gaat: Clara Marianne Slager, Klaartje Morpurgo, Liebe Steinberg - Baumfeld en haar zoon Harry. Op 29 juli worden ze overgebracht naar doorgangskamp Westerbork. Op dezelfde dag worden Annie Post, Jan Post en Adriaan van der Ven afgevoerd naar het Huis van Bewaring in Arnhem.
In de vroege ochtend van 1 augustus 1943 zien twee Kampenaren die verplicht wacht houden bij Houthandel Cramer een auto met gedoofde lichten en grote snelheid richting Wezep afslaan. Om 04:30 uur geven ze aan het politiebureau van Kampen door dat brand woedt bij de boerderij van Post. De boerderij brandt volledig uit.
Annie en Jan Post overleven diverse concentratiekampen. Ook Leo Oudshoorn, Liebe en Harry Steinberg overleven de oorlog. Adriaan van der Ven (23 jaar), Klaartje Morpurgo (12) en Clara Marianne Slager (19) overleven de oorlog niet. Marinus Post is in de ochtend van 27 juli 1943 gevlucht naar een nabij gelegen boerderij. Via Nunspeet en Barendrecht belandt hij bij zijn broer Henk in Rijnsburg. Marinus richt een knokploeg op. Op 23 oktober 1944 wordt hij door de Duitsers onder de naam Hubertus Ham gearresteerd. Op 17 november is hij in Alkmaar op 42-jarige leeftijd gefusilleerd.
Tot op de dag van vandaag is niet duidelijk of adres Venedijk 3 verraden is. Wel is duidelijk dat het niet de Duitsers waren die de boerderij in brand hebben gestoken. Want op 12 oktober 1945 stelt de politiecommissaris van Kampen op schrift dat: “vaststaat dat deze brand door de illegaliteit is gesticht om te voorkomen, dat bezwarend materiaal in handen van den vijand zou vallen.”





























