De Brug

Maandag, 1 juni 2020

Al het nieuws uit Kampen, IJsselmuiden e.o.

Gerards Coronakrabbels: Deel 2: Nostalgie

Gerards Coronakrabbels: Deel 2: Nostalgie
Foto: Koen Meijeringh
Redactie: Gerard Meijeringh

(door Gerard Meijeringh)

Het coronavirus regeert. Dikwijls beseffen we nauwelijks wat we meemaken en verlangen we terug naar de goede tijden waarin we leefden als God in Nederland. Een periode die nog maar even achter ons ligt, maar toch zo ver weg lijkt. In de huidige moeilijke periode probeer ik wat verlichting te brengen met een reeks Coranakrabbels. Over alledaagse dingen in de wondere wereld waarin het coronavirus voorlopig nog steeds de dienst uitmaakt.

Het coronavirus leidt tot gevoelens van nostalgie. Ook bij mij. Heimwee naar vroegere tijden. Toen er nog geen virus rondwaarde. Bij mij komen dan legendarische wedstrijden naar boven. Mijn gedachten gaan als FC Groningen-supporter terug naar woensdag 19 oktober 1983, de tweede ronde van de UEFA Cup. Toen Europacupvoetbal nog puur was. De kampioenen speelden in de Europacup 1, de bekerwinnaars in de Europacup 2 en de sterkste ploegen, exclusief de kampioenen, kwamen elkaar tegen in de sterk bezette UEFA Cup (Europacup 3).

Ik zie mezelf staan op de lange zijde in het Oosterpark Stadion van FC Groningen. Het grote Inter Milaan komt op bezoek in de tweede ronde van de UEFA Cup. Eerder werd Atletico Madrid aan de zegekar gebonden. Daar kon ik niet bij zijn. Mijn broer, een Ajacied, moest zo nodig mijn kaart inpikken. Het is iets wat ik mijn pa en mijn broer wel heb vergeven, maar nooit ben vergeten. Maar nu ben ik er wel bij. Speaker Jan Wildeman vraagt aan de toeschouwers of ze willen inschuiven. Maar er kan geen muis meer bij. Ik zie de ‘Parel uit het Oosten’ Fandi Ahmad vlak voor tijd 2-0 scoren. Ik waan me even bij een punkconcert van de Sex Pistols. In de euforie klappen rijen mensen naar beneden in mijn richting. Ik ontspring de dans.

Langzaam vervagen de beelden. Ik zie mezelf terug in het oude PEC-stadion. Waar het toenmalige FC Zwolle oefent tegen FC Utrecht en relschoppers de hoofdtribune bestormen. Zelfs de pers is niet veilig. Het loopt uiteindelijk net goed af. Weer positief. Het EK 1988 ontbreekt uiteraard ook niet. Met mijn oud-oom, m’n oma en m’n broer kijk ik naar Nederland - West-Duitsland. “Laat de beste maar winnen”, mompelt mijn oud-oom met een glas bessenjenever in zijn hand. Het wordt een oranjefeest. Een euforisch gevoel overspoelt me. Weer positief.

Die hang naar positiviteit in moeilijke tijden. Wat is dat toch? Ziggo en de NOS tonen legendarische prestaties in de Nederlandse sportgeschiedenis. Natuurlijk hebben we als klein landje mooie prestaties neergezet. Maar deze crisis moet niet te lang duren. Anders wordt het straks zoeken naar een speld in een hooiberg. Vandaar dat de NOS natuurlijk niet al te vaak iets nostalgisch uitvergroot. Waarom niet de WK-finale van 1974? Waarom niet de halve finale van Oranje op het EK 2000 tegen Italië? In deze wedstrijd miste het Nederlands Elftal maar liefst vijf strafschoppen. Het leidde tot een nationaal penaltysyndroom. Wacht! nee, dat heb ik weggestopt. Daar kan ik niet naar kijken!

Vanaf mijn balkon werp ik een blik naar buiten. De stilte regeert. De straten zijn leeg. Ik ga naar binnen en druk de TV aan. Herben Dijkstra en Maarten Ducrot van de NOS zijn unaniem. Mathieu van der Poel heeft te vroeg aangezet. Zijn kansen op de winst van de Amstel Gold Race 2019 zijn verkeken. Ik lach, vlei me geriefelijk neer op de bank. Deze wereld kan wel een oppepper gebruiken.