<< Ga terug

Interview met Ab Weegenaar: 21 jaar organist Bovenkerk

Interview met Ab Weegenaar: 21 jaar organist Bovenkerk

(door Fred Sollie)

KAMPEN - Organisten zie je zelden, maar in Kampen kent iedereen Ab Weegenaar. Omdat hij al heel lang in Kampen werkt, veel doet en veel kan. Dit jaar is het 21 jaar geleden dat hij werd aangesteld als organist van de Bovenkerk. In de orgelwereld een begeerlijke plek want het Hinszorgel daar behoort tot de mooiste orgels in Nederland. Toch twijfelde Weegenaar destijds of hij de stap naar Kampen wel zou maken. “In Wageningen had ik een heerlijke baan en die verruil je niet zomaar”. Maar Kampen trok aan het langste eind. Tijd voor een terugblik en een blik vooruit. Fred Sollie sprak met hem.

Je bent organist van een van de mooiste orgels in Nederland. In het begin moet je je ontzettend rijk hebben gevoeld in die functie. Hoe is dat nu?

In al die jaren dat ik organist van de Bovenkerk ben heb ik geen moment gewenning, laat staan sleur bemerkt. Integendeel. Ik ben dit instrument steeds meer gaan waarderen.

Wat maakt dit orgel zo mooi voor jou?

Het is een galante dame die enorm straalt. Het heeft een onvergelijkbaar mooie klank. Beneden in de kerk hoor je dat overigens veel beter dan bij de speeltafel.

Je bent zowel kerkorganist als concertorganist. Waar ligt je hart het meest?

Bij het spelen in de kerk. Orgelconcerten zijn net zo kaal geworden als mijn hoofd. Er is nauwelijks nog belangstelling voor.

Waardoor of door wie word je geïnspireerd?

Ik ben een groot liefhebber van de Anglicaanse koortraditie, maar dan wel in Engeland. Verder kan een organist die de orgels hier in de Bovenkerk op een creatieve manier laat horen me ook prikkelen. Zeer inspirerend was ook mijn oud leermeester Brian Pollard (oud-fagottist bij het Concertgebouworkest – red.).

Je bent de opvolger van Willem Hendrik Zwart. Jouw spel is in vele opzichten anders. Hoe heeft de gemeente in de Bovenkerk dat ervaren? Werd je snel geaccepteerd?

In het begin kreeg ik wel eens verwijten dat ik met twee vingers zou spelen en alleen maar ‘Open Hof stukjes’ ten gehore bracht, wat men daar ook onder mocht verstaan. Ik besloot mijzelf te blijven en uiteindelijk heeft de gemeente dat opgepakt. Ik herinner me een opmerking die dominee Vd Veen destijds tegen me maakte: “Het is je gelukt. De gemeente zingt ordelijk!”

Wat vind je ervan dat de Jan Zwart cultuur nog steeds leeft onder organisten? Hij wordt nog steeds gekopieerd.

Niets ten nadele van Jan Zwart. Hij is van grote betekenis geweest voor de orgelcultuur in Nederland. Maar je moet nooit iemand nadoen. Dan heb je niets nieuws te vertellen en dan kom je niet verder.

Je bent van oorsprong fagottist. Hoe is het orgel in je leven gekomen?

Mijn muzikale wieg was toch het orgel. Mijn vader was kerkorganist en het instrument fascineerde me al op jonge leeftijd. Niet alleen de klank maar ook het instrument zelf. Orgelmaker worden leek me wel wat, maar daar zag mijn vader geen brood in. Via een oom kwam ik in aanraking met de fagot en dat klikte. Op mijn 15e werd ik als fagotstudent toegelaten tot het conservatorium en op mijn 21e was ik de eerste in Nederland die voor dat instrument het solistendiploma behaalde. Orgel was hobby. Ik volgde orgellessen bij Stef Tuinstra maar na mijn fagotstudie ging ik opnieuw naar het conservatorium, nu met als hoofdvak orgel. Mijn leraar was Wim van Beek.

Er staat naast het Hinsz-orgel ook een Reil-orgel in de Bovenkerk. Wat vind je van dat instrument?

Aanvankelijk vond ik het nogal hard en koud klinken maar het instrument is gerijpt. De klank wordt steeds mooier en vriendelijker. Verder speelt het heerlijk en je hebt altijd de akoestiek om je heen. Op het hoofdorgel zit je letterlijk in het instrument en dat is een heel andere beleving.

Wat vind je van het Orgelpark, een initiatief dat het orgel in feite buiten de kerkmuren plaatst?

Een mooi initiatief, dat zeker, maar wel wat elitair. Helaas is de ruimte waarin de orgels daar staan opgesteld (Parkkerk, Amsterdam – red.) klein en daardoor is er een droge akoestiek. Dat klinkt niet zo mooi. Een orgel heeft ruimte nodig.

Je geeft ook orgelles. Is er nog veel animo voor het orgel?

Ik heb momenteel 45 leerlingen, allemaal uit reformatorische kring, dat wel.

Wat is de mooiste gebeurtenis in je carrière tot nu toe?

Ik heb veel mooie dingen meegemaakt dus dat is moeilijk kiezen. Misschien is het toch wel de toezegging van Henk Stoel om de Bovenkerk het koororgel te schenken.

Een paar jaar geleden maakte je een concertreis naar Rusland. Hoe is de orgelcultuur daar?

Dat is niet te vergelijken met hier. In de Russisch-orthodoxe kerken staan geen orgels. Orgelconcerten vinden er plaats in concertzalen. Mensen gaan daar in gala naar toe en de zaal zit standaard vol, ook als er toegang wordt geheven. De orgels zijn er vaak van matige kwaliteit, maar goed, Nederland is wat dat betreft een paradijs. We zijn erg verwend hier.

Een orgelconcert is niet spannend om te zien. Er is geen contact tussen de organist en het publiek waardoor het een afstandelijk gebeuren is. Tegenwoordig wordt er in de Bovenkerk gebruik gemaakt van een beamer. De aandacht wordt dan gefocust op de organist. Leidt dat de aandacht niet erg af van de muziek?

Het orgel is het enige instrument waarbij je de speler niet ziet. Dat kan als een gemis worden ervaren. Het gebruik van een beamer kan dan toegevoegde waarde zijn.

Je hebt het Bovenkerk Kamerkoor opgericht en daar doe je voortreffelijke dingen mee. Bij wie heb je je opleiding tot koordirigent genoten?

Ik heb privéles in koordirectie gehad van Johan van der Meer, die toen dirigent was van de Groninger Bachvereniging. Later heb ik lessen gevolgd bij Maarten Kooij, destijds cantor van de Dom in Utrecht en bij Joop Schets.

Wat is er leuk aan het dirigeren van dit koor?

Een koor dirigeren is pas leuk als je je visie over een bepaalde compositie op een koor kunt projecteren. Bij het Bovenkerk Kamerkoor kan dat inmiddels. Verder is het een zeer enthousiaste club.

Welke koordirigent is je voorbeeld?

Ik heb grote bewondering voor John Eliot Gardiner en Masaaki Suzuki, maar vooral ook voor de Nederlandse koordirigent Peter Dijkstra.

Tijdens koorrepetities stel je de koorleden soms verspreid op in het koor van de kerk. Waarom doe je dat?

Om de koorleden individueel muzikaal te leren denken, te leren intoneren en timen. Dat is heel belangrijk bij een klein koor.

Tot slot, je finest moments als musicus beleef je als ....

Als ik voor een ensemble sta, koor, orkest, solisten, en dat ik voel dat het ‘loopt’, dat het stroomt, dat het los komt van de grond. Dan heb je soms het gevoel dat je niet speelt maar gespeeld wordt. Dat is elke keer weer een zeer bijzondere ervaring!



Op de hoogte blijven van het laatste nieuws? Like ons ook op Facebook!

Ontworpen door BCO Reclameburo

Welkom op De Brug

Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming worden cookies als persoonsgegevens beschouwd. Op deze website wordt van cookies gebruik gemaakt. Verdere informatie hierover kunt u vinden in ons privacystatement & cookiestatement. U wordt hierbij verzocht om kenbaar te maken dat u met het gebruik van cookies instemt.



Lees ons privacystatement

Lees ons cookiestatement