De Brug

Dinsdag, 14 juli 2020

Al het nieuws uit Kampen, IJsselmuiden e.o.

Column Ondernemen in Kampen: Staatssteun en klein leed

Column Ondernemen in Kampen: Staatssteun en klein leed
Deze editie van Ondernemen in Kampen is geschreven door Hans Both, advocaat en voorzitter Industriële Club Kampen.
Foto: FOTO: Herman IJssel.
Redactie: Nick de Vries

Om inspiratie op te doen voor deze column greep ik naar de kranten van de dag waarop ik deze column schreef. Ik heb wel iets met getallen. Het zet zaken vaak in perspectief, in een daglicht. Ook nu heb ik geprobeerd een ander onderwerp te bespreken dan de maatschappelijke gevolgen van ‘het virus’, maar vanuit de kranten krijg ik in ieder geval geen interessante input. Daarom toch maar hier wat actuele cijfers met mijn mening daarbij.

Schiphol heeft een dramatische terugval in passagiers, een daling van 98%, van zes miljoen naar 127.000 in de vorige maand. De regering in Frankrijk heeft aangekondigd voor een miljard euro te gaan investeren in de toerisme-sector. Het Nederlandse openbaar vervoer heeft nu al meer dan een miljard euro minder omzet omdat in het land niet wordt gereisd. Er wordt nagedacht over steunmaatregelen voor luchtvaartmaatschappijen en andere ‘belangrijke’ branches.

Decennia lang is veel aandacht besteed aan het voorkomen van oneerlijke mededinging. We willen geen staatssteun. Dat is voor de economie slecht. Zo is op mondiaal niveau gentlemen’s-agreement dat je niet ten koste van een ander economisch machtsblok je eigen bedrijven gaat steunen met sponsoring. Het lijkt erop alsof deze normen in één keer bij het oud vuil worden gezet. Ik hoop maar dat het slechts politiek gepraat is dat wegwaait. Als je luchtvaartmaatschappijen figuurlijk en letterlijk in de lucht wilt houden, moet je natuurlijk niet alleen KLM Air France sponsoren. Dan moet je elke ondernemer in deze sector op dezelfde manier behandelen. Dit klemt temeer nu de overheid grote bedrijven die nog een beetje in de publieke sector zaten heeft geprivatiseerd. Dat is ook aan de beloning voor de topmanagers van grote instellingen te zien. Voor het in de benen houden van een voormalige nationale trots is mijns inziens helemaal geen aanleiding meer. Ik ben meer trots op ondernemers die het zelf vanaf de basis opbouwen. Dat geldt zeker voor de mooie bedrijven in Regio Zwolle.

Natuurlijk zijn er bepaalde sectoren die het zeer zwaar te verduren hebben vanwege de overheidsmaatregelen. Later zal trouwens blijken of deze overheidsmaatregelen de toets der kritiek konden doorstaan. Ik heb daar intussen zo mijn twijfels over, maar het is lastig om in galop van paard te verspringen.

Ik lees dat het geen doen is voor de bioscoop om 30 gasten maximaal in een zaal te hebben, omdat dat niet uit kan. Ik denk dat dit niet ligt aan het verdienmodel. Dit geldt denk ik net zo voor horecabedrijven. Er blijken haken en ogen aan de tijdelijke loongarantieregeling. Ik heb toch de indruk dat deze sector verschrikkelijk in de kou staat.

Met de toeristische sector heb ik zo vanaf de zijlijn minder medelijden. De hele voucherregeling is mijns inziens gestoeld op een compleet verkeerd businessmodel van een reisorganisator, een doorverkoper of een handelaar die reisarrangementen faciliteert, want zo noemt de wet de ondernemers in de toeristensector. Ik heb het zelf intussen ook ondervonden. Met vrienden had ik een reis geboekt bij een reisbureau. De reis zou naar Israël en Jordanië. Je verwacht dan dat het daar slim uitonderhandeld wordt met de diverse ‘toeleveranciers’, zoals de vlucht, hotel, auto. Het reisbureau is immers ‘de ondernemer’. Wij hadden ruim een half jaar van tevoren alles netjes betaald, vlucht, hotels, vervoer. Het land van bestemming sloot de grenzen. De organisator van de reis kon dus niet presteren. We moesten maar genoegen nemen met een voucher, want anders zou het reisbureau failliet gaan. Wij hadden evenwel aan onze verplichting voldaan. Je mag van een professioneel ondernemer in de reisbranche verwachten dat deze niet (ook) van tevoren alle betalingen een half jaar van tevoren doet aan een luchtvaartmaatschappij, een buitenlandse hotelier of een autoverhuurbedrijf. Op z’n minst mag je van een ondernemer verwachten dat hij goed regelt dat als het feest (zonder schuld) niet doorgaat, hij natuurlijk kosteloos moet kunnen annuleren. Of voor mijn part regelt het reisbureau met z’n toeleveranciers vouchers. In die relatie hoort het risico thuis. Dat is hun business immers. Om zo’n tegoedbon bij de consument neer te leggen vind ik ridicuul. Ik denk dat ik niet snel weer op die manier via een reisbureau iets boek. Ik denk dat ik dan maar rechtstreeks hotels boek en daar afspraken mee maak. De functie van het reisbureau kan weleens wegvallen op deze manier. Het vertrouwen is weg. Die tussenschakel heeft geen toegevoegde waarde. Dit is dan maar heel klein leed voor mij als consument.Ik stond van de week bij de opticien. De bril van mijn dochter was kapot. Met anderhalve meter afstand in de winkel werd ik goed geholpen. Ik moest als consument wel een eigen risico op de brillenverzekering betalen. Dit kleine bedrag moest ik wel direct pinnen, waarop ik als jurist aan de vriendelijke dame vroeg: ‘je gaat toch niet failliet voordat ik de bril volgende week mag afhalen?’ De vriendelijke dame stelde me gerust met de mededeling dat als de opticien failliet gaat er toch wel veel meer aan de hand zal zijn dan een tijdelijke dip in omzet.

Zo is het (hopelijk). Er zijn en blijven risico’s. Ik vind dat deze risico’s zo weinig mogelijk thuis horen bij consumenten. Het zijn de ondernemers die feitelijk risico willen lopen, omdat daartegenover staat dat zij ook de winst mogen nemen als het goed gaat. Zo moeilijk hoeft het volgens mij dus niet te zijn als er keuzes moeten worden gemaakt vanwege de gevolgen van ‘het virus’.