<< Ga terug

Column economiewethouder Geert Meijering: Rutte-III

Column economiewethouder Geert Meijering: Rutte-III

“Na ruim 200 dagen formeren staat later deze maand eindelijk het kabinet Rutte-III op het bordes. CDA, VVD, D66 en ChristenUnie hebben een krappe meerderheid, maar ik hoop dat die partijden de komende jaren goed samenwerken. Uiteraard hoop ik dat er geld wordt vrijgemaakt voor goede zorg. Dat er investeringen beschikbaar komen voor onze regio, bijvoorbeeld om de N50 veiliger te maken. Én dat dit kabinet lef en leiderschap toont ten aanzien van duurzaamheid.

Ook hoop ik voor Kamper raadslid Hilde Palland dat drie CDA-Kamerleden het kabinet in gaan, zodat zij mag plaatsnemen op een blauwe stoel. Dat is mooi voor haar en goed voor Kampen.

Een van de belangrijkste economische vraagstukken is wat mij betreft hoe dit kabinet er voor gaat zorgen dat meer mensen profiteren van de economische groei. Aan de ene kant zien we dat het bedrijven weer voor de wind gaat, consumenten meer geld uitgeven en de werkloosheid daalt. Aan de andere kant merken werknemers in loondienst daar nauwelijks iets van: hun salaris stijgt niet of nauwelijks. Bovendien – zo blijkt uit recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) – is dit jaar het aantal werknemers met een flexcontract opnieuw toegenomen. Het aantal werkenden met een vast contract is weer gedaald, naar 60%.

Nu zullen sommigen zeggen dat dit allemaal te verklaren en ook niet erg is. Ten eerste hebben bedrijven het zwaar gehad in de crisis en het salaris verhogen van mensen in vaste dienst is dan risicovol. Ten tweede is de tijd dat je 40 jaar bij dezelfde baas werkte zo goed als voorbij. ‘Vast’ is niet meer vast. Werknemers moeten de omslag maken van baanzekerheid naar werkzekerheid: blijf je ontwikkelen zodat je makkelijk iets nieuws vindt als je huidige dienstverband eindigt. Dat is allemaal waar. En toch knaagt er iets.

Bijvoorbeeld omdat door het gebrek aan zekerheid én de strengere hypotheekeisen een hele grote groep starters al jaren geen huis kan kopen. Maar ook omdat het juist de hoogopgeleide, goed verdienende Nederlanders zijn die met deze onzekerheid om kunnen gaan. Zij kunnen met hun weliswaar tijdelijke, maar goede salaris een buffer aanleggen voor de magere jaren. Maar als jij een modaal inkomen (of lager) hebt, wordt dit al een heel ander verhaal. Dan houd je – met alle uitgaven voor levensonderhoud van je zelf en je gezin – maar weinig over voor die buffer. De vrees dat hierdoor de kloof tussen arm en rijk groter wordt, lijkt mij niet ongegrond. Tot slot werpt de verdergaande flexibilisering van de arbeidsmarkt ook een ander type vraag op: als vrijblijvendheid en tijdelijkheid de norm worden voor professioneel samenwerken, heeft dit dan ook effect op de wijze waarop we op andere vlakken samenwerken? Wat doet dit met onze blik op verantwoordelijkheid nemen binnen onze sportverenigingen, orkesten en kerken?

Ik hoop dat het nieuwe kabinet vertrouwen wekt bij werkgevers én hen de instrumenten in handen geeft om hard werken en goed presteren niet alleen te belonen met een hoog uurtarief, maar ook met loyaliteit. Want goede mensen verdienen een vast contract.

Geert Meijering (CDA)

Wethouder Economische Zaken

g.meijering@kampen.nl.



Op de hoogte blijven van het laatste nieuws? Like ons ook op Facebook!

Ontworpen door BCO Reclameburo